‘En tot je die waarheid uitspreekt, blijf je gebonden.’

Ik ging naast haar zitten op een straf. Er gebeurt iets wanneer we de leugens over onszelf beginnen te geloven en we denken dat anderen die ook geloven. De leugens worden ons gevangenis. De tralies waar we tussendoor kijken. Die houden ons achter slot en grendel. Het is net een enorme hand die ons hoofd onder water houdt. Om de paar minuten laat hij ons los, om ons de volgende ronde nog verder onder te duwen. Een visueel cirkel. In mijn ervaring bestaat er maar één ding op deze planeet dat die gevangenisdeur openkrijgt.’
 
Ze knikte, en fluisterde: de waarheid? 
‘En tot je die waarheid uitspreekt, blijf je gebonden.’

Deze blog bevat delen uit het boek: Door water en vuur van Charles Martin en vertolken misbruik én de waarheid haarscherp.

Een reddingsoperatie

Ik wierp een blik op het boek. Casey, jij bent een van de moeilijkste mensen die ik heb ontmoet want wat jij allemaal hebt doorgemaakt, en dat dan niet alleen kúnnen navertellen, maar dat je ook daadwerkelijk dóet… Jouw verhaal zal niet alleen jouw bevrijden, maar ook talloze meisjes zoals jij, die dezelfde leugens geloven. Elke met tranen geschreven bladzijde zal levens redden en letterlijk gevangenisdeuren uit hun sponningen rukken. 
Ik tilde het boek op en veegde met mijn hand over het omslag. ‘Dit is niet alleen maar een boek. Dit is een reddingsoperatie. Jij en je mooie, ongeëvenaarde woorden zullen hoogstpersoonlijk de gevangenis waarin zoveel meisjes vastzitten binnen wandelen, ketenen verbreken en met hen de zon weer inlopen.’

Verplaats je in de vijand

Ze schudden haar hoofd en wende haar blik af. Alsof die gedachte te mooi was om waar te kunnen zijn. Ik vervolgde:  ‘Verplaats je heel even in de vijand.’
‘Wat?’
‘Als jij je vijand was, zou je dan willen dat dit werd gepubliceerd?’
Haar gezicht maakte duidelijk dat die gedachte nog nooit bij haar was opgekomen. Ik ging verder: ‘Als ik jouw vijand was, zou ik niet willen dat de wereld dit onder ogen krijgt. Ik zou willen dat je het verbergt. Dat je je mond stijf dichthoudt. Ik zou je bang willen maken met de gedachte dat iedereen die dit leest, nooit van je zou kunnen of willen houden. 
Maar de waarheid is dat ik altijd banger zou zijn voor jouw woorden en jij voor mij. Dus ik stem ervoor om je vijand een doodschop te geven door het boek in zoveel mogelijk landen uit te brengen.’
Haar reactie kwam snel en direct, wat me vertelde dat ie oprecht was . ‘Beloof je dat je me zult beschermen?’
Dat was al de tweede keer dat ze dat vroeg. 
‘Ja.’
Toen ze opkeek, zag ik dat er tranen in haar ogen stonden en dat haar onderlip trilde.  ‘Ik wil nooit meer terug naar…‘
Ik stopte haar.  ‘Dat ga je ook niet. Nooit meer.’
Ze leunde tegen me aan en legde haar hoofd tegen mijn schouder. 
‘Denk je echt dat er ergens een gozer rondloopt die me nog wil hebben - wat er van me over is, tenminste- nadat hij dit heeft gelezen?’
‘Ik verklaar alle mannen die dat niet willen voor gek.’
(…)

Scherven en splinters

En de bron van die bewondering heb je nu in handen.
Vanaf het moment dat we worden geboren, hakt het leven op ons in. Met elke hamerslag kijken we met schikking toe hoe de stukjes van wie we ooit waren, op de grond vallen. Al gauw staan we tussen de brokstukken. De fragmenten. De scherven en de splinters. En dan denken we: Die heb ik nodig. Ik kan die hier niet laten liggen. Dat alles maakte vroeger deel uit van mij. Ik ben niet meer compleet. Ik red het niet zonder. 

Vervolgens knoeien we een hoop tijd met het najaar of verzamelen van een stukjes die afbreken, worden gestolen, of die we onderweg verliezen. Niet lang daarna torsen we meer stukjes rond dan we in onze handen kunnen houden, dus gooien we een zak over onze schouder en proppen die vol. En uiteindelijk een grotere rugzak. Vervolgens worden we gereduceerd tot zwervers die de aarde af struinen, gekweld door de angst dat we incompleet zijn tot we elk ontbrekend stukje hebben gevonden. 

Gevolg? Onze rugzak is groter dan wij en we strompelen voort, gebukt onder onze last, meer gefocust op wat er ontbreekt dan op wat er tevoorschijn is gekomen. Maar af en toe komt er iemand langs die een risico neemt dat angstige mensen nooit zullen nemen. Ondanks het gevaar om publiekelijk te worden afgewezen, verlaten te worden, bekritiseerd en belachelijk gemaakt te worden, om uitgelachen en voor de gek gezet te worden, tilt ze haar rugzak van haar schouders, leegt ze hem ten aanzien van heel de wereld en laat ze vreemden de stukjes bestuderen, terwijl ze hun hand vasthoudt. 

Elk stukje is een gesproken woord

Deskundigen op het gebied van edelstenen houden haar onvolkomenheden onder een vergrootglas. Elk stukje een gesproken woord. (…)

Muren van zijn eigen gevangenis te laten dragen? Om redenen die geen van ons begrijpt, heeft Casey lang geleden onder de pijn van hamer en beitel, op wat haar een unieke manier in staat stelt om ons allemaal te laten zien dat we beter af zijn zonder al dat dode gewicht. 
Dat er ondanks de littekens aan de buitenkant, iets moois, volmaakts en ongerepts van binnen schuilgaat. 

Haar majestueuze, krachtige, de ziel reinigende, met pijn doorspekte en triomfantelijke woorden op met zweet en tranen doordrenkte pagina’s vormen een meesterlijk mozaiek van alle gebroken stukjes die het geheel weerspiegelen. Als je te dichtbij staat, zie je alleen maar ruwe brokstukken. Maar als je het iets meer van een afstandje bekijkt… verschijnt er een reuzendoder. Casey Girl. 

Schrijvers zijn anders dan andere mensen. Wij zijn verzamelaars en bewaarders. We verzamelen de afgedankte stukjes die hun verwondering fluisteren over wat is. Wat was. En een ons altijd weer ontglippende en steeds gevaarlijker waarheid: wat zou kunnen zijn. 

Onmeetbare kracht van woorden

We dragen en delen die stukjes. We vormen scherven om tot letters die de woorden vormen die ons genezen. En wanneer ze eenmaal zijn gevormd, of dat nou met een hamer, een beitel of een vochtige, fluwelen doek is, gieten we ze onbaatzuchtig uit over de wereld, waar ze de gebrokenen wegvoeren uit hun pijn.

Ze brengen verandering.
Van niet in staat zijn om te ademen tot een ontspannen lach.
Van een zieke ziel tot tranen die gepaard gaan met een glimlach.
Van verloren tot gekend en daarin aanvaard.
Dat is de ongeëvenaarde en onmeetbare kracht van onze woorden.
Dat is wat we doen. We zwerven over de aarde.
We leggen bloot. We doden reuzen.
Want alleen wij zijn de bewaarders van de woorden die ons vrijmaken. 
David Bishop.

 

Hoopvol wachten

Niet alles wat we begraven is dood. Sommige dingen liggen alleen maar onder het puin begraven. Ze liggen in het donker, klemgezet, hoopvol wachtend tot iemand anders het puin begint te ruimen. 
(…)
We zwerven als schipbreukelingen over de aarde en komen andere eilandbewoners tegen. En wanneer we hen ontmoeten, bieden we onszelf aan en geven we hun de kans om ons te accepteren of af te wijzen. En zolang we worden afgewezen, gaan we met onze ziel, die bij elkaar gehouden wordt door plakband en lijm, door tot we iemand vinden die ons accepteert. Dat is de dorst van de menselijke ziel en er is maar één ding dat in die behoefte kan voorzien: volledig gekend zijn. 

Delen uit het boek: Een weg door water en vuur – Charles Martin

 

Volledig gekend zijn